Supervisie
Verhoging van kwalitieit
De kwaliteit van het werk wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van de beroepsbeoefenaar. Supervisie is een manier om de kwaliteit van het functioneren in de werksituatie te verbeteren.
In supervisie kunt u werksituaties analyseren en hierdoor verder leren. Beroepshouding, beroepseisen en communicatieve vaardigheden zijn belangrijke aspecten die door de persoon van de beroepsbeoefenaar moeten worden vervuld. Hoe sluiten persoonlijke vaardigheden en gewenste beroepsvaardigheden bij elkaar aan? Zijn hierin verbeteringen gewenst?
In een supervisietraject kunt u onder begeleiding knopen leren ontwarren en uw handelen verbeteren. Dit gebeurt in vertrouwelijkheid, onder geheimhouding en met oog voor uw privacy.
Wat is supervisie?
Supervisie is een vorm van begeleid leren voor mensgerichte beroepen, waarbij methodisch handelen in interacties tussen personen een belangrijk aspect is van de beroepsuitoefening.
In supervisie zal steeds de werksituatie en wat daarin speelt en de persoonlijke reactie van de supervisant onderwerp van bespreking zijn.
In supervisie gaan supervisor en supervisant steeds heen en weer tussen werksituatie en supervisie als leersituatie. Dit vraagt dat de supervisant steeds eigen actuele ervaringen in het omgaan met beroepsopgaven in de supervisie inbrengt en dat hij of zij rapporteert hoe hij/zij de leerervaringen en –inzichten, die opgedaan zijn in de supervisie, integreert in het omgaan met de beroepsopgaven in de werksituatie. In supervisie is de supervisant dus actief aan het werk met het eigen leerproces.
Hoe wordt er in de supervisie gewerkt?
Centraal staat het reflecteren op eigen gedrag en het zoeken naar handelingsalternatieven. In de werksituatie wordt geëxperimenteerd met nieuw gedrag en vervolgens wordt op dit nieuwe gedrag weer gereflecteerd in de supervisiebijeenkomst.
Reflecteren
Reflecteren betekent afstand nemen van jezelf en je eigen handelen “objectief”bekijken.
Vragen die aan de orde komen in de supervisiebijeen komsten zijn:
Wat heb je concreet gedaan, welke gedachten, meningen en gevoelens speelden daarbij, vanuit welke motieven handelde je, wat waren de effecten?
Welke vragen kun je rondom die situatie stellen? Is er sprake van gedrag dat je wel vaker vertoont? Is het gedrag wenselijk? Zijn er handelingsalternatieven te bedenken?
Feedback geven, spiegelen, confronteren door de supervisor staan in dienst van het op gang brengen van de reflectie bij de supervisant.
Welke werkvormen en materialen worden gebruikt in supervisie?
De supervisor gebruikt het materiaal dat de supervisant inbrengt. De supervisant brengt materiaal op de volgende manieren in:
Werkverslag
Reflectieverslag
Mondelinge inbreng
Ander materiaal: bijvoorbeeld videobeelden.
In de supervisiebijeenkomsten vinden gesprekken en oefeningen plaats. De supervisor geeft feedback, spiegelt en confronteert. Samen met de supervisant gaat de supervisor op zoek naar oorzaken van gedrag en andere mogelijkheden. De supervisor ondersteunt de supervisant bij het experimenteren met nieuw gedrag en het nemen van drempels hierbij.
De supervisor gebruikt het materiaal van de supervisant en de ervaringen opgedaan tijdens de supervisiebijeenkomsten in de omgang met elkaar. De afspraken over het oefenen in de werksituatie met bepaalde gedragingen zijn instrumenten voor de supervisor bij het stimuleren van het leerproces.
Opbouw bijeenkomsten supervisie
De supervisie omvat 10 a 12 bijeenkomsten van ieder 1,5 uur.
De bijeenkomsten worden in overleg gepland en kunnen plaats vinden op het adres van de supervisor.
Kennismakingsbijeenkomst
Doelstelling van vandaag: gaan we met elkaar in zee?
Korte introductie van supervisor: wie ben ik?
De supervisant introduceert zichzelf: gesprek over opleiding, werkervaring en aanleiding supervisie. Eventueel: leervragen.
Bespreking van de mogelijkheden van supervisie: wat is supervisie, wat kun je ervan verwachten, werkwijze supervisor, vertrouwelijkheid, evaluaties: klikevaluatie, tussentijdse evaluatie en eindevaluatie, terugkoppeling naar opdrachtgever.
Balans opmaken van het kennismakingsgesprek.
1e bijeenkomst: Leervragen centraal
Voorbereiding: schriftelijk werkverslag: leervragen
2e bijeenkomst: Verdieping leervragen: leerdoelen stellen en leeractiviteiten bepalen
Voorbereiding: reflectieverslag en werkverslag
3e bijeenkomst: Werken aan leerdoel en klikevaluatie aan het einde van de bijeenkomst (gaan we met elkaar door?)
Voorbereiding: reflectieverslag en werkverslag
4e en 5e bijeenkomst: Werken aan leerdoel
Voorbereiding: Reflectieverslag en werkverslag
6e bijeenkomst: Tussenevaluatie en bijstellen leerdoelen
Voorbereiding: evaluatieverslag
7e, 8e,9e bijeenkomst: Werken aan leerdoelen
Voorbereiding: reflectieverslag en werkverslag
10e bijeenkomst: Evaluatie: wat is er bereikt?
Nabespreking en eindafsluiting
Opdrachtgever, supervisant en supervisor bespreken de resultaten. Wat waren de leerdoelen? Hoe is eraan gewerkt? Welke resultaten zijn geboekt? Wat zijn aandachtspunten voor de toekomst voor de supervisant? Zijn er aandachtspunten van belang voor de leidinggevende?